Bijen en vlinders hebben het lastig. Door verstening, monoculturen en het gebruik van bestrijdingsmiddelen vinden ze steeds minder voedsel en schuilplekken. Jouw tuin kan daar verandering in brengen, of je nu een ruime achtertuin hebt of een klein stadsbalkon. Met een paar doordachte keuzes maak je er een plek waar bestuivers graag komen en ook blijven.

In dit stappenplan lees je hoe je dat aanpakt: van het kiezen van de juiste planten tot het ophangen van een insectenhotel en het neerzetten van een drinkplek. Je hoeft niet alles in één weekend te doen. Elke stap helpt al.

Stap 1: Bekijk je tuin met andere ogen

Begin met een rondje door je tuin. Waar valt de meeste zon? Welke hoeken blijven vochtig of beschut? Bijen en vlinders houden van warmte en zoeken vooral zonnige, windluwe plekken op. Juist daar wil je straks bloemen en nestgelegenheid hebben.

Kijk ook naar de verharding. Elke tegel die eruit gaat, levert ruimte op voor planten en bodemleven. Veel wilde bijen nestelen bovendien in de grond, dus een stukje kale, zanderige aarde op een zonnige plek is meer waard dan je misschien denkt.

Stap 2: Kies planten die het hele seizoen bloeien

Het belangrijkste wat je kunt doen, is zorgen voor nectar en stuifmeel van het vroege voorjaar tot in de herfst. Bijen worden al bij de eerste warme dagen actief en hebben dan direct voedsel nodig. Vlinders vliegen vaak nog door tot in oktober. Spreid je beplanting daarom over de seizoenen.

Ga bij voorkeur voor inheemse soorten en enkelbloemige varianten. Bij gevulde bloemen, zoals veel sierrozen en dahlia’s met dubbele bloemblaadjes, kunnen insecten moeilijk bij de nectar komen. Plant liever in groepjes van dezelfde soort, want dat vinden bestuivers makkelijker dan losse exemplaren verspreid door de tuin.

Vergeet de rupsen niet. Een vlinder heeft niet alleen nectar nodig, maar ook waardplanten waar de rupsen van eten. Brandnetels in een rustig hoekje zijn bijvoorbeeld onmisbaar voor de dagpauwoog en de kleine vos.

  • Vroeg voorjaar: krokus, sneeuwklokje, wilg en sleedoorn
  • Late lente: vergeet-mij-nietje, judaspenning en fruitbomen
  • Zomer: lavendel, kattenkruid, marjolein en grote tijm
  • Nazomer en herfst: hemelsleutel, klimop en koninginnekruid

Stap 3: Bied onderdak met een insectenhotel

Veel wilde bijen leven solitair en zoeken holle stengels of gaatjes in hout om hun eitjes in te leggen. Een insectenhotel geeft ze die ruimte. Let wel op de kwaliteit: boorgaten moeten glad zijn en een diameter hebben van ongeveer 3 tot 9 millimeter. Rafelige randen beschadigen de vleugels, en dennenappels of stro trekken vooral oorwormen en spinnen aan in plaats van bijen.

Hang het hotel stevig op, op zo’n een tot anderhalve meter hoogte, met de opening naar het zuiden of zuidoosten. Zorg dat het niet heen en weer zwaait en dat er bloeiende planten in de buurt staan. Wil je weten waar je op moet letten bij het kiezen van een insectenhotel of ander tuinmateriaal, dan vind je bij Tuinartikelen Getest reviews en tips die je op weg kunnen helpen.

Wil je het natuurlijker houden? Laat dan ook wat dode takken, holle stengels en een stapeltje stenen liggen. Zo’n rommelhoek is voor veel insecten net zo aantrekkelijk als een gekocht hotel.

Stap 4: Zorg voor een veilige drinkplek

Op warme dagen hebben bijen en vlinders behoefte aan water. Een diepe vijver met steile randen is voor hen echter gevaarlijk, omdat ze erin kunnen verdrinken. Een ondiepe schaal werkt veel beter. Leg er knikkers, kiezels of een paar stenen in die net boven het water uitsteken, zodat insecten kunnen landen en veilig drinken.

Ververs het water regelmatig, zeker in de zomer, om algen en muggenlarven te voorkomen. Zet de schaal op een zonnige, rustige plek in de buurt van je bloemen. Vlinders waarderen daarnaast een vochtig, modderig plekje, waar ze mineralen uit de grond halen.

Stap 5: Laat het wat wilder en houd het gifvrij

De laatste stap is misschien wel de eenvoudigste: minder doen. Maai het gras niet te vaak, zodat klaver en paardenbloem kans krijgen om te bloeien. Ruim in de herfst niet alles op, want in holle stengels en onder bladeren overwinteren veel insecten. Knip uitgebloeide planten pas in het voorjaar terug.

Gebruik daarnaast geen chemische bestrijdingsmiddelen. Ook middelen die tegen bladluis of slakken bedoeld zijn, kunnen schadelijk zijn voor bijen. Een gezonde, gevarieerde tuin trekt vanzelf natuurlijke vijanden aan, zoals lieveheersbeestjes, sluipwespen en vogels, die plagen in toom houden.

Een bijvriendelijke tuin groeit met de jaren. Begin met een paar goede planten en een drinkschaal, voeg later een insectenhotel toe en laat een hoekje verwilderen. Je zult merken dat het steeds drukker wordt met gezoem en gefladder, en dat je tuin daar alleen maar levendiger van wordt.